Posts tonen met het label Inburgeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Inburgeren. Alle posts tonen

zondag 11 december 2011

B 3. Mat. 15, 17-20 Burgers zijn...zuiver van hart



Christenen zijn hartpatiënten beluisteren


Symbolisch
Wij hebben sinds kort een DVD-box van Mr. Bean thuis.
Alle oude afleveringen kwamen weer voorbij. Jullie kennen hem vast wel, mr Bean: het uiterst eigenaardige Engelse typetje, dat er steeds in slaagt om in de meest gekke situaties verzeild te raken.
Vooral omdat hij het zichzelf zo ontzettend moeilijk maakt. Want hij komt er nooit eerlijk uit voor wat hij ergens echt van denkt. Hij lijkt alles te doen hij omdat hij denkt dat ‘het zo hoort’ Als een kleine jongen die bang is voor straf, wanneer hij het verkeerd doet.

Hij bestelt in een Frans restaurant per ongeluk oesters, omdat hij er niet voor durft uit te komen dat hij de menukaart niet kan lezen. Als hij vervolgens ontdekt dat hij ‘echt geen oesters lust, doet hij toch alsof hij ze heel lekker vindt, omdat de ober kijkt. En als hij ze dan echt niet door zijn keel kan krijgen, laat hij ze niet terughalen, maar werkt hij ze weg waar het maar kan, bijvoorbeeld in de tas van zijn buurvrouw.
Hij houdt zichzelf ook voortdurend voor de gek. Men zegt dat ochtendgymnastiek gezond is, Bean is daar te lui voor, maar hij doet toch net alsof en beoefent een soort symbolische vorm van ochtendgymnastiek.

Ik moet daar ontzettend om lachen, ook omdat ik er best wat van mezelf in herken… en van anderen. Wij houden onszelf soms toch ook ontzettend voor de gek. Dan doen we dingen, omdat we denken dat anderen dat willen. Niet omdat we het zelf willen. Of we doen ze zo dat het eigenlijk geen enkele zin heeft. Symbolisch gedrag zonder inhoud.


Symbolisch gedrag zonder inhoud. Zover was het ook het ook gekomen met de Farizeeën in de tijd van onze Heer Jezus. Die tijd leek op onze tijd. Veel mensen uit Gods volk waren helemaal geseculariseerd geraakt... ze gingen mee in de Romeinse mode van die tijd en raakten zo volkomen vervreemd van hun eigen Joodse traditie. Farizeeën namen het op voor die traditie en trokken het hele land door om mensen op de wet te wijzen en ze op te wekken die opnieuw te volgen. Ze werden een invloedrijke beweging. Het hart van de Farizeeërs stond in vuur en vlam voor het Israël van God. Ze begonnen met goede bedoelingen, maar het werd toch ook heel tragisch. Want de traditie werd gered, maar de inhoud ging verloren. Het leven raakt gevuld met voorschriften, regels en plichten, maar de harten blijven gevuld met eigenbelang, bemoeizucht, ijdelheid, een fel oordeel, ja zelfs met moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster (19) –als je het rijtje nagaat, blijven de harten gevuld met alles dat tégen de Tien geboden, tegen de wet ingaat. De wet naleven en toch ongehoorzaam blijven.

Dus kon je het meemaken dat deze wetgeleerden zich ongelooflijk druk maakten over de reinheidswetten, een symbolische manier om je aan God toe te wijden, maar blind bleken voor de betekenis ervan. Alleen het symbool was nog over:klik het volgens een heel precies ritueel wassen van de handen (m.b.v. bekers met twee oren!). Toen de discipelen van de Heer Jezus dat in hun ogen niet deden…, kwamen ze helemaal vanuit Jeruzalem naar Galilea, drie dagreizen (166 km!), om dat te komen zeggen: jullie zijn niet rein.
Dat was ook voor Farizeeën wel veel… maar het ging hen er ook in werkelijkheid om, om hun concurrent Rabbi Jezus in een kwaad daglicht te stellen, niet om de wet van God te handhaven. In hun harten leefden er heel andere bedoelingen. Zo werd hun zorg om reinheid van de discipelen symbolisch gedrag waar in werkelijkheid heel andere motieven achter zaten.

“Niet de woorden maar de daden?

Kennen wij ook van dat symbolisch gedrag zonder inhoud? Of doen we dingen die niet stroken met onze echte bedoelingen? Doen we dingen omdat we denken dat ze zo horen. We doen vriendelijk, maar we denken anders. We slaan de bijbel open, we lezen er ook in, maar het liefste zouden we iets anders gaan doen. We bidden, maar onze gedachten dwalen weg, want ons hart is ergens anders. We gaan naar de kerk maar eigenlijk willen het liefst zo snel mogelijk weer naar huis.

Nu zal iemand zeggen, ja maar het gaat er toch om wat je doet! En soms doe je dingen omdat je weet dat ze goed voor je zijn, ook als ze niet goed voelen. Da’s niet echt de bedoeling, maar je moet mensen toch op hun daden beoordelen, niet op hun bedoelingen en gevoelens. Dat is in het Koninkrijk der Nederlanden toch ook zo: je kunt veroordeeld worden voor moord, niet voor het gevoel dat je iemand wel zou kunnen vermoorden. Zeg maar het gaat niet om je gedachten, je woorden, maar om de daden. Een beetje een alternatieve uitleg van de bekende Rotterdamse spreuk: geen woorden maar daden: de daden tellen, de woorden en de achterliggende gevoelens niet!


Zo is het niet in het Koninkrijk van God. Daar tellen de daden én de woorden én ook de gedachten en ook de gevoelens. Daar telt wat er – zoals wij dat zeggen- in je hart leeft. David wordt de nieuwe koning van Israël en niet zijn broer Eliab: terwijl die er veel koninklijker uitziet. Maar: Het gaat niet om wat de mens ziet: -zegt de HEER tegen de profeet Samuël- de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.' (1Sa 16:7 NBV). De mens kijkt naar het uiterlijk de Heer kijk naar het hart. Die moet je onthouden!

Zo reageert de Heer Jezus later ook op die Farizeeën, met hun zorgen om de reinheid van zijn discipelen. ‘Zij maken zich zorgen om de reinheid van jullie handen, maar ze zouden zich zorgen om de reinheid van hun hart moeten maken. Dát telt, waarom? Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. 20 Dat maakt een mens onrein, niet eten met ongewassen handen.' (Mat 15:19-20 NBV)

In het Koninkrijk van God doet het hart er toe. Want Gods wijsheid onthult ons dat het hart aan het begin staat van wat we écht willen! Getrouwde mannen zeggen over andere vrouwen: ‘kijken mag, aankomen niet’. De Heer zegt: ‘Wie naar een vrouw kijkt is al begonnen met overspel (Mat 5,28).

Het is niet alleen wat doe je, maar ook wat wil je.  'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste (Mat 22:37 NBV). Héél je hart.

Dat is een wet die teruggaat op een oude wijsheid in Gods Koninkrijk:Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven (Spr. 4,23). In je hart begint alles, je geloof maar ook de zonde

Broers en zussen, het hart is van levensbelang, juist ook in het Koninkrijk. Weet je van jezelf wie er eigenlijk koning is, in je hart? Daar kun je achter komen door de vraag te beantwoorden: “Wie gehoorzaam ik als er niemand kijkt? Wie ben ik als niemand mij kan zien?”
Kijk je toch stiekem die film, alleen boven op zolder. Ben je net zo eerlijk met geld als niemand kan je zien. Praat je in jezelf net zo over die ander, als met die ander? Wie ben je, waar niemand je kan zien, in je hart? Ben je daar dezelfde dan zoals wij je zien? Ben je daar ook christen geregeerd door je Heer. Of regeert daar eigenlijk een ander? Wij weten dat niet van elkaar, maar God weet dat wel van ons. En Hij let daar op. Hij ziet of je door en door christen bent. En geen doublé christen met alleen een gouden laagje aan de buitenkant maar van binnen niet veel waard.
Hartpatiënten

Broers en zussen? Burgers van het Koninkrijk zijn zuiver van hart. Is er dan nog wel iemand werkelijk burger van het Koninkrijk, hier? Want als gehoorzaamheid al in onze harten begint…wie kan dan gered worden.

Wij zijn allemaal hartpatiënten, broers en zussen. Onze harten zijn ziek. Maar wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. De Heer nodigde ons aan tafel vanmorgen. Juist omdat we Hem, zijn lijden en sterven nodig hebben, nog het meest voor onze harten. Aan ons de vraag: laten we onze Heer Jezus ook in onze harten toe. Mag Hij daar van ons regeren?
De vraag is niet of wij al zuivere harten hebben, maar of God toelaten in onze harten, gedachten, gevoelens en wil? Dat is onze verantwoordelijkheid. We hoeven alleen maar naar Hem toe te gaan en ons hart voor Hem open te leggen. Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars, schrijft Jakobus (4,8).

Kniel voor Hem neer, beleid je zonden aan Hem en aan elkaar, een laat Hem de troon in je hart bestijgen. En Hij belooft: "als je mij toelaat in je hart, dan neemt mijn Geest er intrek en vernieuwt je persoon en je leven van binnenuit."

Vraag hem maar: Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig, (Psa 51:12 NBV) Dat gebed maakte David rechtvaardig, niet zijn daden. Daarom, Nader tot God, leg je hart voor Hem open, en Hij zal er intrek nemen. Amen

vrijdag 16 september 2011

Komende zondag: beeldvorming


Zondag gaan we verder met ons thema 'Inburgeren...'. Jullie kunnen dan kennismaken met het logo dat Hans-Lukas Zuurman voor ons jaarthema gemaakt heeft (zie hierboven). Een beeld van ons jaarthema, dat willen zondag ook nog op een andere manier tekenen. Kort maar krachtig in een overdenking bij het avondmaal.
Dat brengt me op een vraag als voorbereiding op zondag: Stel je voor je zou de kern van je geloof met zo’n heel fijn stabilostiftje op je duimnagel moeten zetten, wat zou er dan op komen te staan? Welk beeld heb je van het evangelie als je het tot de kern terugbrengt? Denk daar eens over na, of laat het me nu al weten. Tot zondag!

zondag 11 september 2011

A 1. Welkom thuis in Gods Koninkrijk - Startdienst 11 september 2011

Preek: ds. Henk van der Velde Beluister
  

Vrienden van de grote Koning Jezus,

Tussen alle miljarden mensen die er op aarde leven en de tallozen die ooit geleefd hebben, val je niet zo snel op.  Sommigen onder ons sterven al jong.
Soms vraag je je af wat je leven waard is; waartoe je leeft; wat ervan overblijft?
Er zijn mensen die wereldwijs beroemd werden omdat ze het goede deden, bv. moeder Theresa, die in India tehuizen voor zieken en stervenden startte. Anderen werden berucht omdat ze terreur zaaiden. 10 jaar geleden zorgde  Osama bin Laden en zijn trawanten voor een enorme chaos in New York. Maar zouden mensen over 100 of 1000 jaar nog over deze mensen spreken?

Toch was er ooit iemand die maar 33 jaar oud werd maar de wereld diepgaand heeft beïnvloed. 
Hij werd geboren in een dorp, als kind van een eenvoudige vrouw. Hij groeide op als de zoon van een timmerman. Daarna was hij drie jaar een rondreizend prediker die veel kritiek te verwerken kreeg.
Hij schreef geen enkel boek. Hij had geen eigen huis of kantoor.
Hij had geen vrouw of gezin. Hij had niet gestudeerd.
Hij reisde nooit verder dan 300 km van z’n geboorteplaats.
Hij was nog maar 33 toen zijn volksgenoten zich massaal tegen hem keerden.
Zelfs zijn naaste vrienden en medewerkers lieten hem in de steek.
Zijn proces was een schandalige vertoning met een bange, laffe rechter.
Hij werd tussen twee misdadigers aan een kruis gespijkerd, terwijl z’n beulen dobbelden om het weinige bezit dat hij had.
Toen hij dood was, kreeg hij een plek in een geleend graf.
Maar meer dan 19 eeuwen zijn voorbij gegaan en de wereld is nog steeds niet over hem uitgepraat. Vandaag zijn er in alle landen op aarde mensen die hem aanbidden. Geen enkele machthebber op aarde heeft meer invloed gehad.
Alle legers die ooit zijn opgetrokken, regeringsraden die bijeenkomen, koningen die hebben geregeerd – ze hebben niet zoveel invloed ghad als deze ene mens.
Want we hebben het over onze eeuwige Koning, Jezus Christus, Gods Zoon.
            Het gaat hier in de kerk altijd en vooral over Hem: onze grote Koning!
Wij komen hier samen als Zijn gemeente; Hij is ons aller Hoofd.
Ook in dit nieuwe seizoen willen we vooral nog meer leren leven onder Zijn regering.
Hij moet groter worden; Zijn invloed in ons leven moet groeien.
Daar draait alles om wat we doen. Dat is wat we verlangen en waar we om bidden.
Dat in ons persoonlijk en in ons gezamenlijk leven Jezus mag heersen als Koning.
            Ons jaarthema gaat daar ook over: We willen inburgeren….
Inburgeren als burgers van het rijk van Jezus: Inburgeren in Gods Koninkrijk.
We gaan erover leren en zoeken naar wegen om er gestalte aan te geven.
Nu weet u ook wel dat inburgeringsprogramma’s niet altijd goed verlopen.
Er zijn in onze wereld grote spanningen tussen verschillende groepen en culturen.
Daar kwamen de aanslagen op 11 september 10 jaar geleden uit voort.
Wat bedoelen we dan met inburgeren…. in onze gemeente …in Gods koninkrijk.
            Dat heeft vooral te maken met het onderwijs van Jezus zelf. In deze preek wil ik dat laten zien. Want overal waar Jezus kwam sprak Hij over het koninkrijk van God.  Het koninkrijk van de hemel is overigens hetzelfde als het koninkrijk van God. Matteüs heeft het vaker over ‘koninkijk van de hemel’ omdat hij schreef voor Joodse gelovigen die het liever vermijden om de heilige naam van God uit te spreken. We hebben gedeelten gelezen uit Matt 5 en 6, uit de beroemdste toespraak van Jezus die we de Bergrede noemen. In die lezingen hoorden we de boodschap van onze Koning.
De rode draad daarin, en in al het onderwijs van Jezus, is het koninkrijk van God.
            Om u dat nu te laten zien, wil ik graag dat u nog even uw bijbels open doet aan het begin van het NT in het evangelie van Matteüs.
Let er nu eens speciaal op hoe vaak het gaat over de koning en over zijn koninkrijk.
Kijk hoe het dit evangelie begint in Matt. 1:1, de startzin van het Nieuwe Testament: “Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.” Hier wordt Jezus direct gepresenteerd als de afstammeling van Israëls grootste koning en van hun eerste stamvader.
Met de namenlijst erna wordt dat bevestigd want dat was en is in Oosterse culturen heel belangrijk. Waar ben je er één van? Dat is ook onder ons niet onbelangrijk trouwens.
Vervolgens lezen we in Matt 2 hoe de wijzen uit het Oosten aan Herodus vragen in hfst 2: 2, “Waar is de koning van de Joden? Wat wij hebben zijn ster gezien?” 
En als ze Jezus hebben gevonden in Bethlehem geven ze hem met koninklijke geschenken.
Weer gaat het over een koning die is gekomen. En dat gaat zo door in het Matteüsevangelie.
Want in hfst 3 lezen we over de wegbereider van Jezus, Johannes de Doper, die in hfst 3: 2 verkondigt: “Komt tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!” 
Johannes de Doper preekte aan iedereen die hij zag: “Het koninkrijk van de hemel is dichtbij.
Maak in je hart de weg van de Heer gereed. Bekeer je.” Tegelijk wees hij duidelijk op de Koning zelf die na hem zou komen.
In Matt. hfst 4 is dat al zover. Jezus verlaat zijn ouderlijk huis Nazareth en begint in Galilea te verkondigen. In hfst 4: 17 staat: “Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. Kom tot inkeer, zei hij, want het koninkrijk van de hemel is nabij!” Hij nam de kernboodschap van zijn voorloper over.
We lezen erna hoe Jezus zijn discipelen koos en dan beginnen die drie jaren waarin Jezus rondreisde als een Joodse rabbi, en overal mensen beïnvloedde.
In hfst 4: 23 wordt dat als volgt weergegeven: “Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.” Dat is een belangrijke zin waarmee Matteüs kort samenvat wat Jezus deed.
Jezus verkondigde overal waar hij kwam het goede nieuws, het evangelie van het koninkrijk.
In de vijf hoofdstukken erna laat Matteüs zien hoe Jezus dat deed. Je zou kunnen zeggen dat Matteüs ons hier een enorme geestelijk sandwich serveert in hoofdstuk 5 tot en met 9 van zijn evangelie.
In Matt. 5, 6 en 7 vinden we de Bergrede, een samenvatting van Jezus’onderwijs zoals hij dat op vele plekken verkondigde. En in Matt. 8 en 9 horen we over de wonderen die Jezus deed, genezingen en bevrijdingen, die aantoonden dat hij als de koning macht heeft over alles wat ons mensen bedreigt en beklemt. En dat geheel van Jezus’onderwijs en van zijn grote daden wordt dan afgesloten in hfst 9: 35 met een conclusie die precies dezelfde is als hfst 4:23, “Hij trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal.”  Het begin en het einde van de ‘sandwich’ die Matteüs hier opdient is het zelfde, zoals een broodje een sandwich omsluit. In die samenvattingen hoor je ook waar het ten diepste om gaat: om het goede nieuws van het koninkrijk.
Ziet u hoe het koninkrijk van de hemel de rode draad vormt in het evangelie.


Dat zie je ook aan het begin van de Bergrede, de bundeling van Jezus’ onderwijs in Matt 5-7. De Bergrede begint in hfst 5 met de zg zaligsprekingen, een aantal uitspraken waarmee Jezus aangeeft hoe het karakter dient te zijn van zijn volgelingen. We zullen daar de komende tijd zeker nog goed naar kijken.
Maar let nu eens even op wat er staat na de eerste en de laatste van deze uitspraken in Matt 5: 3 en 10. In vers 3 lezen we “Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel”.  En in vers 10 lees je “Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.” Het koninkrijk van de hemel omlijst de zaligsprekingen.
Ook midden in de Bergrede, deze bundeling Jezus’onderwijs, gaat het hierover, als Jezus het heeft gehad over allerlei zaken die wij mensen najagen, zoals geld, eer en macht.  Dan lezen we in hfst 6: 33, “Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen die andere dingen je erbij gegeven worden.”
Hopelijk beseft u nu beter hoe dominant dit thema is in het evangelie over Jezus. In woord en daad liet Hij zien dat het koninkrijk van God was aangebroken door zijn komst. Later zullen we zien dat de tientallen gelijkenissen die Jezus vertelde bijna altijd beginnen met de zin: “Het is met het koninkrijk van de hemel als met….”  In vrijwel alles Jezus vertelde en onderwees, leerde Hij over het koninkrijk van God. Met de tekenen en wonderen die Hij deed illustreerde hij wat dat rijk betekende: verlamden, blinden, en zieken werden genezen; bezetenen bevrijd… Jezus kwam om ons mensen te leiden naar Zijn rijk.

            Wat is dan dat koninkrijk van God? 
De bijbel noemt ons als volgelingen van Jezus “burgers van het koninkrijk van God”. Hoe kunnen we nu inburgeren in dat koninkrijk, zodat we niet slechts belijden met onze lippen dat Jezus onze Koning is, maar ook echt leven onder Zijn regering?
Wat betekent het te leven onder de heerschappij van Koning Jezus voor ons als Zijn gemeente, voor onze relaties en onze omgang met elkaar? Wat is de stijl van het koninkrijk waarin samenkomen, vergaderen en samenwerken?
Wat betekent het voor ons persoonlijk leven thuis, voor onze omgang met elkaar in ons eigen huwelijk, gezin en familie? En heeft het ook te maken met hoe we onze tijd en ons geld gebruiken, met ons werk, onze vrienden, onze buren?
Wat betekent het eigenlijk als we zeggen: “Jezus is onze Koning, onze Heer?”
Daarover gaat ons jaarthema en dat betekent dat we hier heel regelmatig bij stil gaan staan en dat er ook in groeigroepen en kringen over doorgesproken wordt.
In ons kerkblad en op de website zult u steeds meer informatie hierover vinden.

            “Waar leef je nu eigenlijk voor?”, vraagt Jezus ons in de Bergrede..
Waar maak je je het meest zorgen om? Waar lig je wel es van wakker?
Wat zijn je prioriteiten? Wat komt het eerste in je leven?
Zijn dat allereerst je eigen interesses, je eigen bezit, karriére, toekomst óf leef je voor God en Zijn belangen:  voor Gods regering; Zijn koninklijke wil; Zijn eer?
Door die vraag stelt Jezus ons voor een keus: voor of tegen Hem.
Jezus wil Koning zijn in het centrum van ons leven, regeren op de troon van ons hart.  
Het is de bedoeling dat zo Zijn koninklijke regering toenemend gestalte krijgt in ons leven.
Dan zullen we ons steeds minder bezorgd maken om bijzaken, maar gehoorzamen we Jezus’ oproep: Zoekt eerst Gods Koninkrijk!
Volgens Jezus komt je leven zo tot z’n recht - het voert naar innerlijke rust en vrede. Dan komt het met die andere dingen, waar we ons druk om maken ook wel in orde, want dat hangt niet alleen af van ons pogen maar ook van Gods zegen daarover. 

            Wij zagen aan het begin van deze preek hoe een eenvoudige Joodse rabbi die 2000 jaar geleden op aarde rondliep, de loop van de wereldgeschiedenis veranderde. Zijn naam is Jezus en het goede nieuws, het evangelie is dat Hij ook jouw, ook uw en ook mijn Koning wil zijn – elke dag van ons leven en in alle aspecten daarvan.
Telkens als we bidden “Uw koninkrijk kome”, zoals Hij het ons leerde, dan vragen we of Hij steeds meer wil regeren in onze harten en in ons midden en in onze wereld.
Laten we daar samen in dit nieuwe seizoen helemaal voor gaan.
Want eens komt er een dag dat we geen keus meer hebben. Dan zal voor de naam van Jezus elke knie zich buigen, op aarde en in de hemel, en elke tong zal belijden: “Jezus Christus is Heer! Hij alleen is de Koning van alle koningen!”
Dus:   Kom, kom laten wij aanbidden, met onze woorden en liederen maar vooral ook met ons dagelijks leven, onze levensstijl, kom laten wij aanbidden: die KONING, Jezus Christus, onze Heer!  Amen.